
Drenten sociaal en mentaal geraakt door corona
AlgemeenREGIO - De coronacrisis houdt Nederland al negen maanden in zijn greep en laat voorlopig nog niet los. Ook in de provincie Drenthe heeft dit grote gevolgen. Op dit moment zijn die vooral merkbaar in het sociale leven en de mentale gesteldheid van de Drenten. Daarnaast heeft 8 procent van de inwoners met (gedeeltelijk) verlies van werk of inkomen te maken. Dit blijkt uit een onderzoek van Trendbureau Drenthe naar de effecten van de coronacrisis op werk, inkomen, onderwijs, sociale contacten, gezondheid en (informele) zorg.
Aan het onderzoek deden tussen 11 november en 4 december ruim 950 leden van het Drents Panel mee. In april voerde Trendbureau Drenthe een soortgelijk onderzoek uit. Toen dacht ruim een kwart van de Drenten dat de veranderingen door de coronacrisis - zoals geen handen schudden bij een begroeting en zoveel mogelijk thuis werken - na een half jaar niet meer aan de orde zouden zijn. De tijd heeft inmiddels geleerd dat niks minder waar is. Het panelonderzoek van november bevestigt dat. Veel Drenten hadden het in november zwaar te verduren door corona. Met de nieuwe maatregelen die sinds half december van kracht zijn, moet er nog een tandje bij.
Bijna de helft (48 procent) van de Drenten met een inkomen uit werk geeft aan (ook) negatieve veranderingen op het gebied van werk te ervaren. Ze noemen het vaakst sociale en mentale aspecten: minder contact met collega’s, meer werkdruk of stress, en een minder goede balans tussen werk en privé. (Gedeeltelijk) verlies van werk, opdrachten of inkomsten speelt bij 8 procent van de respondenten – iets meer dan de 7 procent die in april 2020 werk, opdrachten of inkomen kwijt was door corona. Zelfstandigen zijn wat dit betreft nog steeds de zwaarst getroffen groep: 37 procent van hen meldt dat het eigen inkomen door corona is gedaald.
Mede dankzij de steunmaatregelen van de overheid zijn er in 2020 minder bedrijfsfaillissementen dan in 2019, zo blijkt uit cijfers van het CBS. De arbeidsparticipatie in de provincie Drenthe ligt in het derde kwartaal van 2020 1,2 procentpunt lager dan in het derde kwartaal van 2019. De vrees is dat dit slechts de spreekwoordelijke stilte voor de storm is. De werkloosheid zal in 2021 toenemen (volgens CBP-prognoses) en gemeenten vrezen in 2021 extra uitgaven doordat meer mensen een beroep doen op de bijstand. Ook ondernemers maken zich zorgen: bijna één op de drie geeft aan dat de omzet van de eigen onderneming sterk (meer dan 25 procent) is gedaald door de coronacrisis; bij 16 procent is de toekomst van de onderneming onzeker geworden.
Veel ouders met schoolgaande kinderen rapporteren onderwijsachterstanden of studievertraging als gevolg van de coronacrisis. Per onderwijstype verschilt de situatie: respectievelijk 27 procent (basisschool), 31 procent (voortgezet onderwijs) en 48 procent (mbo en hoger onderwijs) van de ouders denkt dat hun kind nu een achterstand heeft. Leerlingen in het basisonderwijs konden vanaf juni weer ‘gewoon’ naar school en het voortgezet onderwijs ging open met restricties. Kennelijk zijn vijf maanden onvoldoende geweest om de achterstanden in te lopen. In het mbo en hoger onderwijs zijn stages en praktijklessen lastig en in het hoger onderwijs is een deel van de studenten sinds de start van het schooljaar nog nooit op de faculteit geweest. Het is dus begrijpelijk dat de achterstanden daar nog groter zijn. Bijna de helft van de ouders van mbo- en hbo/wo-studenten ziet motivatieproblemen bij hun kinderen. Dat is gelijk aan de eerste meting in april. Dat is volgens de onderzoekers van Trendbureau Drenthe niet verwonderlijk, want er zijn nog steeds weinig contactmomenten: één van de basisingrediënten voor een goede motivatie.
Het sociale leven in de provincie Drenthe is er ten opzichte van het voorjaar niet veel op vooruit gegaan. In april gaf 79 procent van de Drenten aan veel minder mensen te spreken dan voorheen. Ook in november sprak een groot deel van de Drenten minder mensen en hadden ze minder contacten buitenshuis dan vóór de coronacrisis. Bijna zes op de tien Drenten geven nu aan dat zij alleen maar negatieve gevolgen ervaren door de coronacrisis als het gaat om het sociale leven en sociale contacten. Van hen zegt 16 procent zich door corona vaker eenzaam te voelen. Op sociaal gebied brengt corona ook positieve veranderingen voor 20 procent van de Drenten. De vaakst genoemde positieve verandering is dat er meer tijd (digitaal) wordt doorgebracht met familie, vrienden en bekenden. Niemand geeft echter aan alleen maar positieve gevolgen te ervaren.
Voor het leven in de buurt heeft de coronacrisis vooral negatieve gevolgen. Slechts 5 procent van de Drenten geeft aan dat buurt- of dorpsgenoten zich méér voor hem of haar inzetten door de coronacrisis en 12 procent geeft aan dat hij of zij dit doet voor anderen. Het is volgens Trendbureau Drenthe dan ook niet verbazingwekkend dat één op de vier het (helemaal) oneens is met de stelling ‘door de coronacrisis is de saamhorigheid in mijn buurt/dorp toegenomen’. Het aantal activiteiten in coronatijd is minimaal: slechts 20 procent van de Drenten geeft aan dat er coronaproof iets wordt georganiseerd bij de organisatie waarvan ze lid zijn. Onderzoek van het Fries Sociaal Planbureau (FSP) laat zien dat inwoners in buurten waar al een sterke sociale samenhang was, zich tijdens de coronacrisis vaker inzetten voor elkaar. In buurten waar deze samenhang minder sterk is, gebeurt dit minder vaak. Hierdoor nemen de verschillen toe. Sociale relaties in de buurt zijn voor iedereen van waarde, maar als deze verzwakken treft dat in het bijzonder mensen die aan huis of buurt gebonden zijn, onder wie zelfstandig wonende kwetsbare ouderen.
De coronacrisis blijkt grote invloed te hebben op de ervaren lichamelijke en mentale gezondheid van Drenten. Bijna één op de vijf geeft aan dat zijn of haar gezondheid is verslechterd. Bij slechts 4 procent heeft de coronacrisis bijgedragen aan een verbeterde gezondheid. Van alle Drenten heeft 8 procent (deels) niet de zorg ontvangen die zij nodig hadden, omdat deze niet geleverd werd (6 procent) en/of omdat de respondent zelf besloot er van af te zien (3 procent). Voor 1 procent van de Drenten geldt dat ze zowel door hun eigen beslissing als door de beslissing van anderen bepaalde zorg niet hebben ontvangen. Met name zorg van een ziekenhuis of medisch specialist werd niet geleverd. Als mensen zelf afzien van zorg, gaat het met name om zorg van een huisarts of doktersdienst. Het uitstellen of afstellen van medische behandelingen kan grote gevolgen hebben voor de gezondheid op langere termijn. Zo heeft het RIVM berekend dat door minder geleverde zorg tijdens de eerste coronagolf in Nederland minimaal 50.000 gezonde levensjaren verloren zullen gaan. Dit aantal zal ongetwijfeld toenemen in de tweede golf, waarin opnieuw sprake is van afschaling van reguliere zorg.


