
Levenswerk bekroond: Cultuurfonds Onderscheiding voor Stichting Bosch en Vaart
AlgemeenVRIES - Wat begon als een persoonlijke droom om het bijzondere landgoed in Vries te behouden, groeide uit tot een levenslange toewijding aan monumentaal erfgoed in heel Drenthe. Sinds 2013 bundelen Pieter Battjes, Greet Battjes en Kees Andriesse hun krachten in Stichting Bosch en Vaart.
Naast het geliefde landgoed vallen daar diverse rijksmonumenten onder: van boerderij De Reesthorst in buurtschap De Schiphorst tot hoeve De Kale Kluft in Ruinerwold en het Evesingehus bij Meppel. Binnenkort komt daar nog een vierde monumentale boerderij bij. Voor hun inspanningen ontvingen ze de Cultuurfonds Onderscheiding, voor vrijwilligers die zich onbetaald en met uitzonderlijke toewijding inzetten voor cultuur of natuur. ,,Het is een speldje, maar levert verder niets op”, zegt Kees lachend. Pieter haalt ook zijn schouders op, maar je merkt dat ze het een bijzondere erkenning vinden.
Het drietal zit buiten op het terras bij de Oranjerie onder de druivenranken. ,,Ik ging vroeger vaak naar Griekenland op vakantie en genoot daar van de druivenranken. Het was altijd een droom om dat ook te hebben en nu zit ik er hier onder. Een droom is uitgekomen”, zegt Greet Battjes. Het begon allemaal 42 jaar geleden toen Pieter Battjes de Villa van het landgoed aan de Groningerstraat in Vries kocht. ,,Ik had met mijn ouders altijd vrij gewoond. Dat wilde ik zelf ook graag. Het pand aan het Noord-Willemskanaal lag redelijk vrij. Waar anderen vooral een bouwval zagen, zag ik een pand met veel potentie.’’
Het pand werd in 1881 gebouwd door Hermannus Inden, een rijke katholieke bonthandelaar uit Groningen. ,,Het was in de periode van de ontdekking van kunstmest. Inden behoorde tot de tien rijkste inwoners van Groningen. Hij wilde een buitenverblijf voor hem en zijn familie. De grond was hier relatief goedkoop en met de komst van kunstmest viel er bovendien een goede opbrengst van de grond te halen. Om het landgoed te onderhouden had hij 18 personeelsleden in dienst. Wij doen het met z’n drieën en een aantal vrijwilligers”, zegt de 73-jarige Pieter Battjes. ,,Toen ik het kocht was het woest en ledig. Het hoofdhuis en de tuin waren volledig verwaarloosd.” Zijn zes jaar oudere zus Greet trok in 1992 in het naastgelegen Koetshuis. ,,Pieter was in het begin alleen maar met de tuin en planten bezig.’’ Haar broer vult aan: ,,Dat vond ik leuk om te doen.’’ Het is nog steeds de taakverdeling op het landgoed: Pieter is van de planten en bomen, Kees doet het watermanagement en Greet maait het gras. ,,We zien het als ons levenswerk. Het is hier nooit klaar en als het klaar is ben je dood’’, zegt Pieter.
Het landgoed was vroeger veel groter en werd in de loop der jaren in delen verkocht. Maar intussen is het landgoed van 16 hectare weer volledig eigendom van de stichting. Aan de overkant van de Groningerstraat ligt een stuk grond dat aan het terrein van Het Drentse Landschap (HDL) grenst. Boeren waren er 22 jaar geleden fel tegen de aanleg van het park. ,,Het is het beste land in de buurt en daar worden bomen op geplant.’’ Ook paste het niet in het gemeentelijk beleid. ,,Toenmalig gedeputeerde Ali Edelenbosch, tegenwoordig bestuurslid van onze stichting, heeft toen geholpen om het erdoor te krijgen. De verstandhouding met de gemeente Tynaarlo is goed. Nu ze zien wat we hier allemaal doen en bereikt hebben krijgen we alle medewerking.’’
Man met een visie
Het landgoed bestaat inmiddels uit het hoofdgebouw (de Villa), het Koetshuis, de Oranjerie, het Stookhok, de Theekoepel, de historische plantenkas, de Dienstwoning, het park en de tuinen. ,,Pieter is de man met de visie en Greet en ik zijn de volgers’’, zegt Kees. ,,Hij heeft alles in de kop zitten. Dat is soms wel lastig, want hij uit het niet. Een steen kan hier wel tien jaar in de tuin liggen. Greet en ik hadden de steen allang weggedaan, maar Pieter wil hem houden. En dan ineens heeft hij een bestemming voor die steen.” ,,Dat visionaire heb ik altijd gehad’’, zegt Pieter. ,,Als ik door een woning loop, zie ik direct wat ik met de inrichting wil. Ik zeg alleen maar hmm, hmm. De verkoper was dan vaak verbaasd dat de koop doorging. Het zit in mijn hoofd en als ik mogelijkheden zie en er zelf van overtuigd ben, kan de koop doorgaan. Zo ben ik in mijn hoofd ook voortdurend met het landgoed bezig.’’
Stichting Bosch en Vaart werd in 2013 opgericht. Het doel bij oprichting was de instandhouding van Landgoed Bosch en Vaart in Vries. Anno 2026 is het doel van de stichting behoorlijk uitgebreid. Het gaat allang niet meer alleen om Landgoed Bosch en Vaart, want inmiddels is de stichting ook elders in Drenthe actief, alles vanuit maatschappelijke doelstellingen en het belang voor de gemeenschap. ,,We stellen het park en de tuinen een paar keer per jaar open voor publiek. Zo geven we met Pinksteren rondleidingen. Daar komen soms wel 400 mensen op af. Straks in september, op zaterdag 12 en zondag 13 september, doen we weer mee met de Open Monumentendag. Dan worden er workshops gehouden en iets voor kinderen georganiseerd en er zijn rondleidingen’’, zegt Kees.
Bijzonder verhaal
Het Drentse Landschap gebruikt de kas op het landgoed voor bijeenkomsten en muzikale evenementen. Aan de kas zit nog een bijzonder verhaal. Pieter: ,,De stichting heeft geen geld, we moeten het van subsidies en giften hebben. De laatste tijd krijgen we ook bijdragen van mensen die ons opnemen in hun testament. Zo is de kas gefinancierd uit de nalatenschap van Annette Kroon. Ze heeft hier gewerkt. Ik heb aan haar een heel goede hulp gehad, maar ze maakte een arme indruk. Ik heb haar in dienst genomen om er zeker van te zijn dat ze een beroep kon doen op het ziekenfonds. Het was zo’n dame die door de maatschappij belazerd werd. Ik vond het nodig om voor haar te zorgen. Later bleek dat ze helemaal niet arm was.”
Het drietal is een tijdje lid geweest van de Vereniging van Landgoedeigenaren. ,,Een heel elitair gezelschap, niet echt iets voor ons. Dan mocht je bij een ander in huis kijken. Ze wilden alles laten zoals het vroeger was en hekelden de overheid, die hen extra belastingen oplegde en de regels van het erfrecht aanpaste. Het trio heeft meer begrip voor mensen die het belangrijker vinden om monumenten en het culturele erfgoed in stand te houden dan hun bezit voor de hoogste prijs weg te doen. ,,Dat is ook de reden dat we een samenwerking zijn aangegaan met Het Drentse Landschap. We hadden dat ook kunnen doen met Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten, maar Het Drentse Landschap is een kleine organisatie. We zijn totaal opgenomen in de organisatie. Het Drentse Landschap is een familie, we zitten er midden in. We zijn al op leeftijd en ouderen praten altijd over pillen en gezondheid, maar daar hebben we niets mee. Bij Het Drentse Landschap werken mensen die nog volop in het leven staan en dat houdt ons jong.’’
Maar de stichting maakt ook gebruik van de oude garde van Het Drentse Landschap. ,,Enkele gepensioneerde medewerkers verzorgen op vrijwillige basis onze administratie.’’ Daarnaast werken er bij Landgoed Bosch en Vaart acht vrijwilligers die op dinsdag en donderdag van 8.30 tot 12.00 uur meehelpen met het onderhoud van het park en de tuinen. ,,We zoeken nog extra vrijwilligers. Mensen hoeven niet iedere week te komen, al is er een vaste club die dat juist prettig vindt. Vrijwilligers mogen ook speciale taken uitvoeren, bijvoorbeeld het verwijderen van waterplanten uit de vijver of een andere klus. Ze mogen doen wat ze leuk vinden, al ligt de regie bij ons.’’
Toekomst verzekerd
Door de samenwerking met Het Drentse Landschap is ook de toekomst van het landgoed verzekerd. ,,Kijk, als wij daar op het grafeiland liggen”, zegt Kees, wijzend in de richting van het park, ,,dan komen de woningen vrij en met de huuropbrengsten moet het landgoed zich kunnen bedruipen. Het beheer van de stichting wordt dan overgenomen door Het Drentse Landschap. Het geeft ons een rustig gevoel dat de toekomst daarmee geborgd is.” Maar zover is het nog niet. Kees, Pieter en Greet beleven nog te veel plezier aan het wonen en werken op Landgoed Bosch en Vaart. ,,We zijn het hele jaar druk bezig en daar genieten we van. We zijn niet van die types die in hetzelfde regenpak van de Aldi gaan fietsen of in een knarrenhof gaan zitten. Er zijn mensen die hun leven inrichten op het oppassen op de kleinkinderen. Die hebben we niet, dus dat hoeven we niet te doen. Het Koetshuis moet nog gerestaureerd worden en er valt daarnaast nog genoeg ander werk te doen. Dus het grafeiland moet nog maar even wachten.”







