
‘Opdat wij niet vergeten’: vergeten slachtoffer Doe Ebbinge
AlgemeenZUIDLAREN - De 20 jaar geworden Doe Ebinge werd geboren op 1 juli 1924 in Zuidlaren en overleed op 29 september 1944 aan difterie in Rotenburg-Unterstedt nabij Bremen.
Doe was voor de oorlog klerk bij de PTT en woonde bij zijn ouders aan Telefoonstraat 2 in Zuidlaren. Hij was de zoon van kapper Kars Ebbinge en Anna Ottens. Van 30 september 1942 tot 28 februari 1944 stond Doe ingeschreven te Groningen en nadien weer in Zuidlaren. Doe werd gedwongen tewerkgesteld nabij Bremen en na zijn overlijden werd hij daar ook begraven. In 1950 verklaarden de Rijkspolitie en de gemeente verklaard dat Doe Ebbinge niet vrijwillig in Duitsland was en politiek betrouwbaar. Daarop kon hij op 15 februari 1952 op rijkskosten in Zuidlaren worden herbegraven in een koopgraf op het toen nieuwe gedeelte van de begraafplaats aan de Oude Coevorderweg.
Later dienden zijn vader en zus Marchien een aanvraag in voor het herbegraven van Doe op het Ereveld in Loenen. Bij een inspectie in 1989 trof men een verwaarloosd graf aan met mos op de steen, onkruid tussen het grind en een niet goed leesbare tekst. Daarop volgde het advies hem zo spoedig mogelijk te verplaatsen. Op 14 oktober 1992 om 10.00 uur werd Doe opgegraven en overgebracht naar het Ereveld in Loenen. Tijdens de inspectie van 1989 werd ook gekeken naar de graven van de oorlogsslachtoffers Alof Boer, Hendrik Kok, Richte Lageman, Jan Scheper en Leslie Fowler, die toen werden beoordeeld als uitstekend en keurig.







