
Liberaal Tynaarlo NU: wonen vanuit de werkelijke vraag van inwoners
AlgemeenTYNAARLO - De druk op de woningmarkt is ook in de gemeente Tynaarlo dagelijks voelbaar. Jongeren die hier zijn opgegroeid maar geen betaalbare woning kunnen vinden. Senioren die kleiner willen wonen, bij voorkeur dichtbij voorzieningen, maar geen passend aanbod zien. En een groeiend aantal eenpersoonshuishoudens met een andere woonvraag dan het traditionele gezin.
Met de Woonvisie 2023–2027 wil de gemeente meer grip krijgen op de woningmarkt. De focus ligt op sociale huur, levensloopgeschikte woningen en bouwen binnen de bestaande dorpen. Belangrijke uitgangspunten, vinden Gezinus Pieters (Tynaarlo) en Theo Sieling (Zuidlaren) van Liberaal Tynaarlo NU. Tegelijkertijd vinden zij dat de huidige invulling nog niet altijd goed aansluit bij de werkelijke vraag. ,,Een huis is geen luxeproduct’’, zegt Theo Sieling, ,,het is een basisbehoefte. Voor jongeren, ouderen, gezinnen, alleenstaanden en spoedzoekers. Als gemeente moet je daar consequent vanuit redeneren.’’
Economische realiteit telt mee
De inzet op sociale huur is begrijpelijk, zegt Gezinus Pieters. ,,Maar een verplicht percentage sociale woningbouw in elk project is niet altijd realistisch. Soms kan het wel, soms rekent een project het gewoon niet rond. Economische haalbaarheid is geen detail. Als een plan financieel niet uit kan, wordt er uiteindelijk helemaal niet gebouwd.’’ Volgens Pieters moet de gemeente per kern en per project kijken wat mogelijk en wenselijk is. De grondprijs, de schaal en de lokale behoefte verschillen immers sterk tussen dorpen. Een generieke norm kan daardoor in de praktijk averechts werken. Daar komt bij dat de woonvraag verandert. Het aantal éénpersoonshuishoudens groeit. Starters hebben vaak voldoende aan een studio of klein appartement, terwijl senioren juist zoeken naar levensloopgeschikte woningen dichtbij voorzieningen. ,,Meer differentiatie in het woningaanbod zorgt voor betere doorstroming’’, zegt Sieling. ,,Dat betekent ruimte voor studio’s, appartementen, seniorenhofjes, hofjeswoningen en betaalbare koop.’’
Aansluiten bij de dorpen
De woonvisie onderzoekt nieuwbouwmogelijkheden in zowel grote als kleine kernen. Dat uitgangspunt onderschrijven beide kandidaten. Volgens hen moet beleid nadrukkelijk aansluiten bij de ontwikkeling van ieder dorp afzonderlijk. Inbreiding en herstructurering zijn daarbij een logisch vertrekpunt. Tegelijkertijd mag uitbreiding niet op voorhand worden uitgesloten als de lokale behoefte daar om vraagt. Pieters: ,,Van een straatje erbij tot een nieuwe buurt. Als het past bij de kern en bij de vraag, moet je die mogelijkheid serieus durven onderzoeken.’’ Volgens Sieling biedt de woonvisie in de praktijk echter te weinig ruimte voor initiatieven van inwoners en lokale marktpartijen (onder andere woningbouwcorporaties). ,,De bedoeling van een woonvisie zou moeten zijn dat je zegt: ‘We gaan onderzoeken waar woningbouw mogelijk is op kansrijke plekken’. Daarvoor hoef je niet perse vooraf al een hele lijst met specifieke locaties vast te leggen.’’
Dat werkt volgens hem eerder beperkend dan stimulerend. ,,De woningmarkt verandert snel. Dan moet je ruimte houden om nieuwe kansen te onderzoeken zodra die zich aandienen. Dat laat zien dat er in de dorpen zelf vaak al goede ideeën leven over waar woningbouw mogelijk is. Pieters: ,,Zoals bijvoorbeeld aan de Stationsweg in Tynaarlo: schetsen, draagvlak onder inwoners en makkelijk inpasbaar. Het is er allemaal en zo zijn er veel meer locaties en ideeën. Zie ook de advertentie in de Oostermoer van deze week.’’ Ook praktische oplossingen verdienen volgens hem meer aandacht, zoals het makkelijker maken van het splitsen van woningen, het optoppen van bestaande panden en het flexibeler omgaan met bestemmingsplannen. Daarmee kan sneller worden ingespeeld op veranderingen in de woningmarkt.
Kwaliteit en leefomgeving
Sieling benadrukt dat woningbouw niet alleen over aantallen mag gaan. ,,Platte cijfers zeggen weinig als de kwaliteit niet klopt. We moeten bouwen volgens regionale afspraken, zoals de woondeal Assen–Groningen, maar altijd met oog voor de eigenheid van onze dorpen.’’ Duurzaamheid en klimaatadaptatie horen daar volgens hem vanzelfsprekend bij. Meer groen en minder verharding zorgen voor een prettiger leefklimaat en helpen hittestress te beperken. Door regenwater langer vast te houden in de wijk kan bovendien verdroging worden tegengegaan.
Minder ‘ja, maar’, meer realisme
Volgens beide kandidaten vraagt de woningbouwopgave vooral om een andere houding. Minder denken vanuit beperkingen en vaste formats, meer vanuit wat daadwerkelijk nodig is in een kern. ..Grip op de woningmarkt krijg je niet door alles dicht te regelen’’, besluit Pieters. ,,Je krijgt grip door realistisch te zijn, maatwerk te leveren en procedures zo eenvoudig mogelijk te houden zodat plannen niet onnodig vertragen.’’ Theo Sieling vult aan: ,,Als we willen dat onze dorpen leefbaar blijven, moeten we bouwen wat past bij de mensen die hier wonen. Met kwaliteit, met oog voor de omgeving en met gezond verstand.’’





