
Boeren, Boerderijen en Brinken: ‘Alles draaide om stront’
AlgemeenTYNAARLO - De Historische Vereniging Tynaarlo had op 16 november Michiel Gerding uitgenodigd om een lezing te houden over Boeren, Boerderijen en Brinken. Hij was lange tijd provinciaal historicus en schreef een aantal boeken.
Het onderwerp had veel belangstelling onder de leden en niet-leden, want de zaal was goed gevuld.
Michiel Gerding complimenteerde voor de lezing het dorp Tynaarlo met het prachtige jubileumboek van S.V.T. Hij had het met plezier gelezen, omdat hij in het cultuurfonds Drenthe zit.
De lezing begon met prachtige glasplaatmotieven van onder meer keuterboerderijtjes, plaggenhutten en boerderijen met stookhok. Ze zijn gemaakt door Jan Oosting en zijn te bewonderen bij museum Collectie Brands.
Drenthe is te verdelen in een zandgedeelte en veengedeelte. In het veen draaide het om turf, maar de lezing Van Gerding beperkt zich tot de zandgronden, waarop landbouw belangrijk is. Zandgrond is arme grond. Maar op het Drents plateau (hoger gelegen) ontstonden zo’n 600 na Chr. de eerste marken. Dit was een gemeenschap, die zich door middel van stenen, palen en sloten begrensde en zo eigenlijk een dorp vormde. Over deze grenzen ontstonden natuurlijk weer conflicten, want landjepik is schijnbaar van alle tijden.
Bij zo’n dorpje kwam een stuk grond voor de boeren waarop ze iets konden verbouwen: de Es genaamd. Zo zijn de esdorpen ontstaan. Maar de grond was te schraal, dus moest er mest op om het vruchtbaar te maken Zo werden er schapen aangeschaft om mest te leveren. ,,Je kunt geruststellen: Alles draaide om stront”, aldus Gerding. ,,Deze schapen graasden overdag op de velden rondom het dorp met een herder. Je had ook nog hooiland en weiland bij de marken. Het dorp bestond uit boerderijen, die om de Brink stonden. Een boerderij met erf in particulier eigendom werd een waardeel genoemd. Ook waren er keuterboerderijtjes, die door de Boermarke werden gedoogd en geen waardeel hadden. Alles in zo’n dorp werd geregeld door de Boermarke in die tijd.
Maar toen eind 19e eeuw de kunstmest werd uitgevonden, waren de schapen niet meer nodig voor de mest en verdwenen de schaapskuddes in deze esdorpen. Tijden veranderen en de Boermarken hebben de brinken, wegen en sloten nu vaak overgedragen aan de gemeenten.”
Gerding liet nog allerlei mooie plaatjes van boerderijen, stookhokken, interieurs in boerderijen zien. ,,Van keuterboerderijtjes zijn niet veel originele afbeeldingen over. Ze zijn meestal verbouwd tot woonboerderijtjes. Leuk weetje: een rode beuk stond bij een boerderij in particulier eigendom en een groene beuk bij een huurboer.”
Michiel Gerding wist het zeer boeiend te vertellen en werd bedankt met een sinterklaaspakketje.
Het was een geslaagde avond en op 1 februari 2024 komt Anne Doornbos een lezing geven.





