De grauwe klauwier.
De grauwe klauwier.

Tienduizend uur vogels inventariseren in de Drentsche Aa

Algemeen

REGIO - Een dikke plus voor de grauwe klauwier, een dikke min voor de weidevogels. Dat is één van de uitkomsten van 20 jaar broedvogels inventariseren in het beekdal van de Drentsche Aa. 

Ieder voorjaar gaan tientallen vrijwilligers in alle vroegte het veld in om te kijken welke vogels in hun gebied broeden. Dat doen ze op een systematische manier volgens de BMP-methode, een werkwijze die in het hele land gebruikt wordt. Het gebied wordt in de ochtenduren minimaal vijf keer bezocht en in ieder geval één keer ‘s avonds. En ‘s ochtends betekent dan: bi voorkeur rond zonsopkomst. En dat is zeker later in het broedseizoen echt heel erg vroeg. De afgelopen 20 jaar resulteerde dat in meer dan 10.000 uur inventariseren.

Bijzonder is dat in Drentsche Aa het hele gebied onder de loep is genomen. Van de Holmers, het brongebied in boswachterij Hart van Drenthe, tot aan De Punt. Het gaat om een gebied van meer dan 8000 hectare met een geweldige rijkdom aan leefgebieden: bossen, heidevelden, akkerland, grasland, beekdal, houtsingels, dorpen, bebouwing, van alles. Dat vertaalt zich dan ook in een hele rijke vogelbevolking: in het rapport worden 101 soorten beschreven die broedend zijn aangetroffen. En daar moeten nog de meer algemene soorten aan toegevoegd worden die in dit onderzoek niet zijn onderzocht. 

Uit de inventarisaties blijkt dat er de afgelopen jaren allerlei verschuivingen zijn opgetreden. Dat heeft te maken met ander beheer: de beekdalen worden natter en er zijn meer plekken met riet, natte ruigten, zeggenvegetatie, struiken en bosjes waardoor vogelsoorten die hiervan houden het goed doen.

Klassieke weidevogels zoals grutto’s en scholeksters laten een sterk dalende trend zien. Voor hun zijn de omstandigheden in zowel het boerenland als in de natuurterreinen verslechterd. Deels zijn ze weliswaar uitgeweken naar nog geschikte gebieden, maar ook daar hebben ze het moeilijk. 

Twintig jaar vogels inventariseren levert natuurlijk ook de nodige verrassingen op. De draaihals - een bijzondere soort specht - is verrassend teruggekomen. De krekelzanger laat zich bijna elk jaar horen (maar het is nog onduidelijk of hij ook broedt) en net buiten het onderzoeksgebied heeft een rode wouw een broedpoging gedaan. Vogels die verwacht werden bleven weg: de cetti’s zanger is een rietvogel die dankzij de klimaatverandering in ons hele land in opkomst is maar nog niet in Drenthe. Vogels die afhankelijk zijn van onkruiden – ringmus en zomertortel - verdwijnen. 

Landelijk gezien is de Drentsche Aa belangrijk als broedgebied voor drietal soorten van de Rode lijst: de watersnip, het paapje en de grauwe klauwier. De watersnip broedt met ongeveer 100 paar in het gebied. Dat aantal was tot een paar jaar stabiel, maar de afgelopen vier jaar loopt het iets terug, misschien onder invloed van de droge zomers. Het paapje neemt iets toe: de soort is van zeldzaam naar vrij zeldzaam gegaan, en de grauwe klauwier, die enkele tientallen jaren geleden nog vrijwel op uitsterven stond in ons land, is tegenwoordig zelfs vrij algemeen in de Drentsche Aa. 

https://www.drentscheaa.nl/organisatie-beleid/documentenpagina/